
RFC Wetteren pakte vorige week de drie punten bij Erpe-Mere United. Helemaal uitgeteld in de titelstrijd is het niet, al telt het zes punten achterstand op Mandel United en VW Hamme en heeft die eerste ploeg nog een wedstrijd te goed. Jonas Heymans hoopt dat Wetteren zich nog in de titelstrijd kan mengen.
“We zijn realist en weten dat het niet evident wordt, maar zeg nooit nooit in voetbal. Bij Willem II telden we ooit 13 punten achterstand eind januari en werden we de voorlaatste speeldag al kampioen. Het kan dus snel gaan en we begraven de strijdbijl dus zeker niet. Ook in de spelersgroep leeft wel het idee dat het nog kan. Al zullen we dan wel de opdracht in Oostende tot een goed einde moeten brengen. Maar we weten dat zo’n tripje naar zee niet te onderschatten is. Ploeg die goed in organisatie speelt, in de heenwedstrijd met een 3-5-2-veldbezetting bij ons met 0-2 kwam winnen… Bovendien heb je daar het gegeven dat er daar een paar duizend voetbalfans hun ploeg aanmoedigen. Voor sommige jongens maakt dat niks uit, voor andere is dat wat intimiderend en daar moet je als groep ook mee omgaan. Wij willen vooral de tweede helft van vorige week onthouden. Toen toonden we bij Erpe-Mere United toch de veerkracht om een 1-0-achterstand om te buigen in 1-2-winst. We staan voor een moeilijke wedstrijd, maar trekken toch met vertrouwen richting zee.”
Intussen is duidelijk dat Heymans volgend seizoen niet langer het shirt van Wetteren zal dragen. Hij trekt op zoek naar een nieuwe uitdaging.
“Het is zo dat het verhaal bij Wetteren na zeven jaar stopt. Ik speelde toch om en bij de 175 officiële wedstrijden voor deze club en hoop op een mooie manier afscheid te nemen. Op dat vlak is het eindrondeticket wel iets dat ervoor zorgt dat er in de lente nog enkele mooie wedstrijden aan kunnen komen. Hoe mijn toekomst er uit ziet, is nog niet duidelijk. Ik kreeg wel al enkele telefoontjes, maar er is nog niks concreet. De puzzelstukjes moeten zo liggen dat privé, werk en voetbal goed te combineren vallen. Ik zie wel wat er nog op mij afkomt.”