
Cedric Renard zag zijn ploeg de volle buit pakken tegen De Ruiter Roeselare. Foto RV.
In de West-Vlaamse tweede provinciale B bracht FC Aalbeke de topper tegen Avelgem tot een goed einde. Het won met 4-3, is daarmee toe aan een 12 op 12 en verstevigt zijn leiderspositie. Coach Cedric Renard weet dat het een wedstrijd met een verhaal was.
“Het is zo dat we toch wel behoorlijk wat blessures hebben en er al in de opwarming eentje bij kwam. Marvin Turcan moest afhaken. Toch begonnen we goed aan de wedstrijd en klommen we via Aymeric Cottenceau snel op voorsprong. Hij verzilverde een strafschop na een fout op Pieter De Winter. We brachten nadien goed voetbal, maar lieten ons twee keer al te makkelijk aftroeven en Avelgem boog zijn 1-0-achterstand om in een 1-2-voorsprong. Gelukkig bewees Aymeric Cottenceau, terug uit blessure, zijn reputatie van goaltjesdief en konden we de rust in met een 2-2-tussenstand. Bij de rust hadden we het gevoel dat de winst er in zat. Het was vooral zaak om scherper in de eigen zestien te zijn. Halverwege de tweede helft klommen we dan op voorsprong. Mathias Deveugele was intussen ook al geblesseerd. Het belette ons niet om verder goed voetbal te brengen en via Edgar De Haen werd het 4-2 en staken we wel de hand uit naar de winst. Toch werd het nog spannend, want doelman Thijs Debuyck viel op zijn hoofd en intussen is duidelijk dat hij een zware hersenschudding opliep. Omdat onze wissels opgebruikt waren moest veldspeler Jan De Winter in doel en die kon de 4-3 niet verhinderen. Zo kregen we nog een heel spannend slot. Mijn ploeg trok de overwinning over de streep en daardoor blijven we leider.”
Meer zelfs, promovendus Aalbeke kroont zich daarmee tot herfstkampioen. Renard voelt dat de ambitie opborrelt.
“Het is zo dat we na de heenronde gerust mogen stellen dat we bij de beter voetballende ploegen in de reeks behoren. Voor de start van het seizoen mikten we naar de linkerkolom. Intussen mogen we die ambitie wel wat wijzigen en is top vijf het doel. Na Nieuwjaar zal moeten blijken of er ook meer in zit en we kunnen mee doen voor de titel. Al is dat wel een gekke gedachte om als promovendus meteen mee te doen voor de oppergaai.”